Jamesoniet is een donkergrijs tot zilverkleurig mineraal dat opvalt door zijn fijne, naaldachtige kristallen. Deze groeien vaak dicht op elkaar in bundels, waardoor een vezelige of bijna haarachtige structuur ontstaat. Het mineraal heeft een metaalachtige glans en kan soms een licht iriserend effect laten zien.
Het behoort tot de sulfosalzouten en bestaat uit een combinatie van onder andere lood, ijzer en antimoon. Jamesoniet vormt zich meestal in hydrothermale aders, waar hete, mineraalrijke vloeistoffen door scheuren in het gesteente bewegen en daar langzaam kristalliseren.
De naam is afgeleid van de Schotse mineraloog Robert Jameson, naar wie het mineraal is vernoemd. Zijn werk speelde een belangrijke rol in de vroege ontwikkeling van de mineralogie.
Vindplaatsen van jamesoniet zijn onder andere Peru, Bolivia, Duitsland en Roemenië. Door de kwetsbare, vezelige structuur is het geen mineraal voor sieraden, maar juist een interessant en decoratief verzamelstuk vanwege zijn unieke uiterlijk.

